Van voedingsadvies naar beweegadvies: een logische aanvulling voor gewichtsconsulenten
Je bespreekt met een cliënt hoe zijn eetpatroon in elkaar zit. Het gesprek gaat over werktijden, boodschappen, gewoontes en haalbare veranderingen. Dan zegt hij: “Met eten gaat het beter, maar ik zit eigenlijk de hele dag. Wat kan ik daaraan doen?”
Zo kan beweging vanzelf ter sprake komen in een gesprek over leefstijl. Hoe geef je daar als gewichtsconsulent een praktisch vervolg aan?
Begin bij het dagelijks leven
Vraag hoe een gewone dag eruitziet. Hoe reist je cliënt naar het werk? Welke momenten brengt hij zittend door? Wandelt of fietst hij al? En welke activiteiten vindt hij prettig?
Daarmee ontdek je mogelijkheden die passen bij het leven van je cliënt. Misschien ligt een wandeling met een buurvrouw meer voor de hand dan een sportschoolabonnement. Misschien wil iemand juist graag in een groep bewegen, maar weet hij niet welk aanbod in de buurt bestaat.
Vraag eerst of je cliënt het onderwerp wil bespreken. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Zullen we samen kijken welke rol bewegen in jouw week kan krijgen?”
Gebruik de beweegrichtlijnen als richting
De Nederlandse beweegrichtlijnen adviseren volwassenen minstens 150 minuten per week matig intensief te bewegen, verspreid over verschillende dagen. Daarnaast worden minimaal tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten aanbevolen, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen. Ook minder stilzitten hoort erbij. [1]
Voor iemand die weinig beweegt, vraagt de vertaling naar het dagelijks leven aandacht. Wat doet de cliënt al? Welke eerste stap is passend? Hoe kun je later verder opbouwen? Een algemene richtlijn wordt pas bruikbaar als iemand weet wat hij ermee kan doen.
Maak ruimte voor doelen buiten de weegschaal
Vraag wat je cliënt met bewegen wil bereiken. Misschien wil hij een wandeling langer kunnen volhouden, vaker met de kinderen buiten spelen of een activiteit vinden waar hij plezier aan beleeft.
Met zulke doelen kun je de voortgang breder bespreken. Vraag bijvoorbeeld hoe vaak de geplande activiteit lukte, hoe de cliënt die ervoer en of de gekozen aanpak nog past. Zo krijgt het gesprek over beweging een eigen plek binnen de begeleiding.
Ontwikkel kennis voor passend advies
Persoonlijke beweegbegeleiding vraagt om inzicht in de beginsituatie, voorkeuren en mogelijkheden van je cliënt. Ook kennis van het lichaam, inspanningsintensiteit en geleidelijke opbouw helpt om keuzes te onderbouwen.
Neem een cliënt die na jaren weer wil fietsen. Vraag welke ervaring hij heeft, wat nu lukt en waar hij onzeker over is. Vervolgens bespreek je een passende start en een evaluatiemoment. Je begeleiding wordt concreter wanneer je kunt uitleggen waarom die aanpak bij deze persoon past.
Blijf daarbij binnen je deskundigheid. Bij klachten of vragen die medische beoordeling vragen, hoort samenwerking met of verwijzing naar een passende zorgprofessional.
Verdiep je in beweegbegeleiding
De opleiding Beweegconsulent van Opleidingen 2000 behandelt onder meer het vaststellen van de beginsituatie, het kiezen van bewegingsvormen, het bepalen van intensiteit en duur en het volgen van de voortgang. Ook coaching en gedragsverandering komen aan bod.
Dat maakt de opleiding interessant voor gewichtsconsulenten die het onderwerp bewegen verder willen uitwerken in hun praktijk. In het BGN-overzicht staat de on-demandopleiding vermeld met 60 accreditatiepunten. [2]
Wil jij voedingsadvies aanvullen met praktische beweegbegeleiding? Bekijk de opleiding Beweegconsulent en lees wat je leert.