Je cliënt weet dat bewegen gezond is. Waarom lukt het dan toch niet?
“Ik weet het wel. Ik zou meer moeten bewegen.” Je cliënt zegt het met een zucht. De wandelschoenen staan klaar, het sportabonnement loopt en het voornemen is oprecht. Toch is er de afgelopen week opnieuw weinig van gekomen.
Als begeleider kun je dan de voordelen van bewegen nog eens uitleggen. Maar weet je ook wat jouw cliënt tegenhoudt? Precies daar begint een waardevol gesprek.
Onderzoek wat er achter het uitstellen zit
“Geen tijd” kan verschillende dingen betekenen. Misschien zorgt iemand voor een familielid. Misschien voelt sporten als een grote verplichting. Of denkt je cliënt dat alleen een uur in de sportschool meetelt en ziet hij daardoor geen ruimte om te beginnen.
Vraag eens: “Op welk moment had je willen bewegen, en wat gebeurde er toen?” Daarmee maak je de situatie concreet. Je ontdekt welke praktische omstandigheden, gedachten of gevoelens een rol spelen.
Luister ook naar eerdere ervaringen. Wie zich ooit bekeken voelde in een sportzaal, kiest misschien liever voor wandelen met een bekende. Hetzelfde beweegadvies kan voor de ene cliënt uitnodigend zijn en voor de andere juist een hoge drempel vormen.
Vraag wat bewegen voor deze persoon betekent
Wat zou je cliënt graag makkelijker willen kunnen? Met de kleinkinderen naar buiten? Op de fiets naar het werk? Ontspannen na een dag achter de computer?
Een persoonlijk antwoord geeft richting aan het gesprek. Je hoeft iemand geen doel aan te praten. Je helpt de cliënt onderzoeken wat voor hem of haar waarde heeft. Motiverende gespreksvoering sluit daarbij aan: je verkent twijfel en laat de cliënt eigen redenen voor verandering verwoorden. [1]
Maak van een voornemen een afspraak
Neem het fictieve voorbeeld van Karin. Ze wil meer bewegen, maar drie avonden sporten passen niet bij haar werk en gezin. Tijdens het gesprek vertelt ze dat ze op twee werkdagen thuis luncht. Ze kiest ervoor om op die dagen na de lunch tien minuten te wandelen.
Dat is een eerste oefenstap, geen compleet beweegprogramma. Karin weet nu wel wat ze gaat doen, wanneer en waar. Je kunt samen bespreken hoe ze die stap ervaart en wat daarna passend is.
Vraag ook: “Hoeveel vertrouwen heb je dat dit komende week lukt?” Bij weinig vertrouwen onderzoek je wat de afspraak haalbaarder maakt. Klein beginnen en concreet plannen zijn bruikbare handvatten bij gedragsverandering. [2]
Bespreek vooraf wat er kan tegenzitten
Een drukke werkdag, regen of een onverwachte afspraak kan het plan doorkruisen. Bespreek daarom een alternatief: “Als wandelen na de lunch niet lukt, welk ander moment past dan?” Laat de cliënt zelf meedenken.
Vraag bij de volgende afspraak wat er daadwerkelijk gebeurde. Wat hielp? Waar liep het vast? Wat wil je cliënt aanpassen? Zo wordt een moeilijke week informatie waarmee je het plan verbetert.
Leer mensen begeleiden bij het veranderen van beweeggedrag
Als beweegconsulent verbind je beweegadvies aan de persoon die ermee aan de slag gaat. Je onderzoekt de beginsituatie, bespreekt voorkeuren en helpt een passende opbouw kiezen. Coaching en gedragsverandering zijn onderdelen van de opleiding Beweegconsulent bij Opleidingen 2000.
Wil jij cliënten helpen hun beweegvoornemens concreet te maken? Bekijk de opleiding Beweegconsulent en ontdek welke kennis en vaardigheden je ontwikkelt.